Kakaw (Theobroma cacao) ‘Surinaams godenvoedsel als handelsgewas’

Theobroma cacao fruits

Volksnaam: Kakaw (Sr)
Wetenschappelijke naam: Theobroma cacao
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Amazonegebied, Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Handelsgewas
Huidig gebruik: Voedsel (zaden voor chocolade, vrucht soms gegeten)
Historisch gebruik: Handelsgewas, Voedsel
Overig: De naam Theobroma verwijst naar het oud Grieks 'godenspijs'.
Openstaande vragen:
-Welke variëteiten van cacao komen voor in Suriname?
-Welke variëteit is wanneer geïntroduceerd in Suriname?
-Waren er verschillen in gebruik(er) voor de verschillende variëteiten cacao?
-Hoe oud zijn de individuen op plantage Berg en Dal?
-Hoe snel verjongt het historische cacaoveld op plantage Montpellier?

-
Historische context in Suriname:
Het bos op de voormalig plantage Montpellier heeft veel weg van een normaal regenwoud. Echter bij het doorkruisen valt al gauw op dat er vele cacaobomen tussen de rest van het groen staan. Temidden van het teruggegroeide regenwoud staat een oud cacaoveld! De precieze ouderdom van het veld is moeilijk te achterhalen, al is bekend dat de plantage al meer dan anderhalve eeuw niet meer in gebruik is als productieplantage. Het voorkomen van zowel juvenielen als adulten doet vermoeden dat er regeneratie optreedt en dat het veld zichzelf in stand houdt. De bewoners wisten te vertellen dat de cacao variëteit er één is die men in de plantageperiode verbouwde, maar die nu verdrongen is door variëteiten met hogere opbrengst en een hogere kwaliteit zaden (waarvan men cacaoproducten maakt). Op plantage Berg en Dal werd eenzelfde variëteit aangetroffen.
Het cacaoveld op plantage Berlijn bleek een overblijfsel van beplanting na de Tweede Wereldoorlog. Dit overgebleven veld is slechts een herinnering aan een vorige eigenaar, die na een aantal slechte oogsten de grond verkocht. Momenteel zijn bijna de gehele plantage en de plantages eromheen in gebruik voor veeteelt en andere gewassen. De cacao variëteit die men daar gebruikte was een moderne gekweekte variëteit.
Ook de verlaten cacao- en koffievelden op plantage Peperpot dateren van slechts enkele decennia terug en betreft een moderne gekweekte variëteit. Niet elk overblijfsel van een cacaoveld verwijst dus naar de plantagetijd.
Suriname kent ook een inheemse cacao variëteit die diep in het binnenland voorkomt. Het is niet geheel duidelijk welke variëteiten cacao in Suriname voorkomen en welke wanneer geïntroduceerd is.

Kofi (Coffea liberica) ‘Afrikaans handelsgewas in Atlantische wereld’

Coffea liberica ripe fruits

Volksnaam: Kofi (Sr)
Wetenschappelijke naam: Coffea liberica
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Afrika

In Suriname
Erfgoed type: Handelsgewas
Huidig gebruik: Voedsel (geroosterde zaden met water als drank)
Historisch gebruik: Voedsel (geroosterde zaden met water als drank)
Overig: Coffea liberica is beter bestand tegen sommige ziektes dan Coffea arabica de meest voorkomende koffie soort, maar de opbrengst is lager. De koffie bessen zijn 1,5-3cm groot en rood wanneer rijp.
Openstaande vragen:
-Hoe oud zijn de veldjes koffie die men nog op sommige verlaten plantages kan vinden?
-
Historische context in Suriname:
Coffea liberica kwam pas rond begin 19e eeuw in Suriname aan.
Eerder waren Coffea arabica planten met succes geplant, maar door opkomende plagen, begon met met de liberica binnen te halen. Op plantage Peperpot staan nog slecht onderhouden velden koffie, onder de oorspronkelijke aanplant van schaduwbomen (zie ook Kofimama). De koffiefabriek doet nu dienst als ecotoerisme locatie.
Planters maakten koffie zoals men het tegenwoordig kent. Afrikaanse slaafgemaakten aten juist de rijpe vruchten.
Momenteel kweekt men op sommige plekken koffie nog op kleine schaal voor eigen gebruik.

Kofimama (Erythrina fusca) ‘Beschermer der handelsgewassen’

detail kofimama juveniel

Volksnaam: Kofimama (Sr) 'Koffie mama', Chang kring (Ja)
Wetenschappelijke naam: Erythrina fusca
Groeivorm: Boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven stuctuur, Contractarbeider gewas
Huidig gebruik: Uitgeholde stam gebruikt men om kaf en koren te scheiden door erop te slaan met een stok.
Historisch gebruik: Schaduwplant voor koffie en soms cacao.
Overig: De boom wordt tot 15m hoog. De boom trekt een bepaalde mottensoort aan waarvan de poppen gegeten kunnen worden (een Javaans gebruik). Op foto is een juveniele plant te zien.
Openstaande vragen:
-Welke soort is de lokale 'Kofimama' in Afrika, waar koffie (Coffea spp.) vandaan komt?
-Welke soort mot die gegeten wordt, leeft op de kofimama?

-
Historische context in Suriname:
De kofimama is voor vele Surinamers een bekend botanisch overblijfsel uit de koloniale periode. Veel mensen weten dat men de boom vroeger gebruikte als schaduwplant voor juveniele koffie planten, zoals de volksnaam al aangeeft. Het gebruik voor juveniele cacao is voor minder mensen bekend. Verder gebruikten Javaanse Surinamers de cocon van een vlinder die gedijt op de koffiemamaboom als delicatesse, ook bekend als 'entung' (Ja). Het is onduidelijk of op sommige plekken entung nog steeds gegeten wordt.
Op plantage Peperpot groeien op de kofimama bomen nog samen met de koffie planten, waarbij de beplanting structuren heel mooi geconserveerd zijn gebleven. Dit veld is echter niet heel oud.
Op plantage Berlijn staat een aantal individuen in een verlaten cacaoveld, waarbij de beplanting structuren nog enigszins te herleiden zijn.
Op vele verlaten plantages aan de kust groeien grote individuen midden in de bossen. Aangezien de boom ook veel van nature voorkomt in het kustgebied is onderscheid maken tussen natuurlijk voorkomen en relict (individuen geplant als een schaduwboom voor koffie of cacao op de plantage) soms moeilijk.

Tamalin (Tamarindus indica) ‘De boom die niet uit de Indiën kwam… of wel?’

Tamarindus indica ripe pods

Volksnaam: Tamalin (Sr), Asem (Ja)
Wetenschappelijke naam: Tamarindus indica
Groeivorm: Boom
Herkomst: Afrika

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Voedsel (zaadpulp)
Historisch gebruik: Laan boom, Voedsel (zaadpulp), Takken gebruikt als zweep om slaaf gemaakten te slaan
Overig: De boom vond al vroeg in de menselijke geschiedenis zijn weg uit Oost-Afrika naar India en de rest van Azië. Vroege Europese botanici zagen de boom daarom voor lokale plant aan en gaven hem foutief de naam ‘indica’
Openstaande vragen:
-Wat illustreert het kappen van de tamalin laan op de plantage Alliance? Hecht men in Suriname genoeg waarde aan botanisch erfgoed?
-Hoe zit het met de waarde van erfgoed in het algemeen?
-Is tamalin via Afrika naar Suriname gekomen, of zijn zaden of planten gehaald uit Azië?
-Is de tamalin boom op plantage Johanna Charlotte ook een restant van een oude laan?

-
Historische context in Suriname:
De tamarindeboom komt anders dan de wetenschappelijke naam Tamarindus indica doet vermoeden niet uit India, maar uit tropisch Afrika. De tamarindeboom bevond zich op de Surinaamse plantages vaak in een laan in de richting van het huis van de planter. Geliefd waren vooral de vruchten ‘die van een heilzaame verkoelende kracht zyn, in alle heete ziektes de mond verfrisschende en de buik zuiverende’, aldus Jan Jacob Hartsinck (1770). Slaaf gemaakten gebruikten de plant op eenzelfde manier.
Vele Surinamers wisten te vertellen dat takken van tamalin in de koloniale tijd gebruikt werden als zweep om slaaf gemaakten te slaan. Deze kennis was zowel bekend bij de Boslandcreolen, de Creoolse-, Hindoestaanse- en Javaanse Surinamers.
Op de voormalig plantage Alliance staat een deel van zo een tamarindelaan nog steeds in het dorp. Dit restant beperkt zich tot een zijde van het pad, doordat een aantal decennia terug de eeuwenoude bomen aan de andere kant moesten wijken voor een loods. Een stuk onvervangbaar erfgoed is hiermee voor altijd verloren gegaan.
Op de verlaten plantage Johanna Charlotte bevindt zich een enkele tamarindeboom. Deze boom, bijna zonder overgebleven loof, heeft het duidelijk moeilijk in de zilte omstandigheden en groeit temidden van de lage bodembedekkende vetplanten! Het is zeer uitzonderlijk dat de boom deze omstandigheden tot nog toe heeft weten te overleven. Het is zeer goed mogelijk dat in de nabije toekomst dit individu ten onder gaat en daarmee een stukje levende geschiedenis in Suriname afsterft.

Zuilcactus (Cereus hexagonus) ‘Woestijnplant in het moerasbos’

Volksnaam: Zuilcactus
Wetenschappelijke naam: Cereus hexagonus
Groeivorm: Succulent kruid
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Sierplant
Historisch gebruik: Hegplant
Overig:
Openstaande vragen:
-Wordt de zuilcactus ergens in literatuur (bv historische beschrijvingen) genoemd als hegplant op de Surinaamse plantages?
-Hoe komt het dat zuilcactus het in de open vegetatie bij de kust minder goed doet dan in het moerasbos, hoewel de open vegetatie meer op de natuurlijke habitat lijkt dan het moerasbos?
-Wat is de origine van de cactushagen op Johanna Margaretha?

-
Historische context in Suriname:
Zuilcactus bevindt zich op verschillende verlaten plantages rond de Warappakreek. Hier staat de plant in rijen op kleine dammen afkomstig uit de plantageperiode. Temidden van de kustmoerasvegetatie, teruggegroeid op grote delen van de plantages, springen deze cactusrijen er uit tussen de rest van de aanwezige planten. Deze cactussen groeien normaliter op zandige banken bij de kust (bijvoorbeeld bij Galibi) en in de savanne, op rotsformaties in het bos en de savanne en rivierbeddingen van graniet.
Zonder aanwijzingen voor enige recente herkomst van deze cactushagen, zijn deze waarschijnlijk overblijfselen van historische cactushagen. Door mensen aangelegde cactushagen zijn wel bekend van de Nederlandse Antillen, waar men tot nu toe nog cactussen gebruikt als heg. Van de Surinaamse plantages waren hagen van een inheemse cactus niet bekend! Cactussen worden slechts genoemd in een plan om het Cordonpad tegen aanvallen van de Marron te beschermen, maar deze plannen zijn nooit tot uitvoer gebracht.
De plant verjongt zich en men kan hem vaak genoeg in bloei of vruchtdragend treffen. Gek genoeg heeft de plant het moeilijker aan de kuststreek op de dijkjes dan in het moerasbos. Individuen in de swamp groeien ongeveer van 1-4m terwijl in het moerasbos individuen van 3-10m staan.
Bij plantage Johanna Margaretha groeit zuilcactus heel dicht bij het strand op dijkjes, die iets weg hebben van een oud drainage kanaal. Tussen de zuilcactushagen groeit soms Switi lemki (zie Switi lemki), zowel bij de plantages langs het Warappakanaal (plantage Anna's Zorg, plantage Badenstein, plantage Moed en Kommer), als bij Matapica kanaal (plantage Johanna Charlotte).
Soms vindt men de cactus in tuinen als sierplant (bijvoorbeeld in Paramaribo, plantage Reijnsdorp en plantage Montpellier).
Check ook de NTR documentaire De Slavernij afl.4 Industrie in de Tropen (18:30-21:40) voor beelden van deze zuilcactus (en spot de dadel die succesvol de oceaan overstak).

Watra udu (Trichanthera gigantea) ‘Windbreaker voor juveniele cacao’

Watra udu individu

Volksnaam: Watra udu (Sr) 'water hout'
Wetenschappelijke naam: Trichanthera gigantea
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Onbekend
Historisch gebruik: Windbreaker voor juveniele cacaoplanten
Overig: Plant groeit snel en stekt men eenvoudig.
Openstaande vragen:
-Vindt men nog ergens in Suriname een historisch samengroeien tussen watra udu en cacao?

-
Historische context in Suriname:
Watra udu is een veel voorkomende plant in bossen achter de moeras kuststreek van Suriname. Door de snelle groei en het vormen van vele scheuten vormt de heester een goede beschermingshaag tegen de wind voor kwetsbare juvenielen. Slechts een enkel persoon kende nog het gebruik als windbreaker van watra udu, terwijl het in Suriname een vrij bekende plant is.

Manja (Mangifera indica) ‘Plantageplant voor iedereen’

Manja op plantage Berg en Dal

Volksnaam: Manja (Sr)
Wetenschappelijke naam: Mangifera indica
Groeivorm: Boom
Herkomst: Azië

In Suriname
Erfgoed type: Contractarbeider gewas, Slaaf gemaakten tuin, Plantageplanter gewas
Huidig gebruik: Voedsel (vruchten)
Historisch gebruik: Voedsel (vruchten)
Overig:
Openstaande vragen:
-Welke manja cultivars groeien in Suriname?
-Welke manja cultivar is wanneer in Suriname gekomen?
-Wie bracht welk manja cultivar naar Suriname?
-Zijn de bomen bij plantage Berg en Dal de oudste manja bomen in Suriname?
-Is de omtrek van de stam een goede maat voor de ouderdom van manja?

-
Historische context in Suriname:
De manja komt oorspronkelijk uit Azië, waar men de boom al millennia cultiveert. Rond de 10e eeuw (CE) begon cultivatie ook in Afrika. In Suriname is manja ook al eeuwen te vinden. Beschrijvingen van de plant vindt men al in de 18e eeuw.
Men kan vele cultivars onderscheiden, waarvan een aantal in Suriname voorkomen. Het is onduidelijk welke manja cultivar wanneer, via welk continent en door wie naar Suriname zijn gebracht. Relatief recent zijn via de contractarbeiders nieuwe cultivars het land binnengekomen.
De manja is zeer populair als vrucht en men vindt de plant dan ook overal, in Paramaribo en op de voormalige plantages. Op plantage Berg en Dal staat een aantal reusachtige manja bomen met dikke stammen en een aan de buitenlucht blootgesteld omvangrijk worteldek. Op het oog zien de individuen met hun bijna vijf meter omtrek eruit alsof ze er al een paar eeuwen staan (zie foto); wellicht zijn dit zelfs wel de dikste mangobomen aangetroffen in Suriname. Deze reuzen staan tussen de originele woningen van de planter en slaaf gemaakten. Een informant beaamde de ouderdom en noemde de erosie bij het daardoor blootliggende worteldek een indicatie daarvan.
Toch zegt de hoogte van een boom niet alles. Op plantage Reijnsdorp staat ook een hoge mangoboom (met drie en een halve meter omtrek). De jongere generatie daar noemde de boom ‘eeuwenoud’. Echter, bij navraag bij de oudere generatie bleek dat de boom nog in hun jeugd was aangeplant en ‘slechts’ 80 jaar oud was. Andere informanten noemden dat manja bomen die jong zijn toch snel oud kunnen lijken door hun grootte.

Daalder (Phoenix reclinata) ‘De dadel die succesvol de oceaan overstak’

Daalder adult op plantage ReijnsdorpDaalder lokaties kuststreek in Suriname
Volksnaam: Daalder (Sr), Khedjoer (Hin)
Wetenschappelijke naam: Phoenix reclinata
Groeivorm: Palm
Herkomst: Afrika

In Suriname
Erfgoed type: Slaaf gemaakten tuin
Huidig gebruik: Geen
Historisch gebruik: Voedsel (vruchten)?
Overig: De palm vormt clusters.
Openstaande vragen:
-Hoe kwam daalder in Suriname aan, was het als proviand, als (gesmokkeld of per ongeluk?) zaad of als plant?
-Wanneer kwam daalder in Suriname aan?
-Waardoor groeit daalder niet meer veelvuldig langs de Suriname rivier?

-
Historische context in Suriname:
Bij het varen over de Commewijne rivier en sommige kreken doemen overal clusters van een verwilderd uitziende palm op. Deze dadelpalm noemt men in de Surinaamse kuststreek ‘daalder’, maar buiten Suriname kent men deze plant onder de naam Senegalese dadelpalm. De plant komt oorspronkelijk uit West-Afrika! Wat doet een Afrikaanse dadelpalm wijdverspreid in het Surinaamse kustgebied? De palm maakte waarschijnlijk in de vorm van dadels als voedsel voor slaaf gemaakten, die bekend waren met de palm, of in de vorm van een paar verstrooide pitten de oversteek naar Suriname.
Juvenielen en adulten van de palm zijn talrijk en de palm is wijdverspreid in het Surinaamse kustgebied. Een verklaring voor het succes van de palm ligt in de vergelijkbare natte en zilte omgeving waarin de palm voorkomt in Afrika.
De Zweedse botanicus Daniel Rolander, op ontdekkingstocht in Suriname van 1755-1756 en op ontdekkingstocht over de Commewijne rivier, noemt een dadelpalm in zijn dagboek. Waarschijnlijk gaat dat om Phoenix reclinata (hij was zich niet bewust van de Afrikaanse origine van de plant). Dit betekent dat deze plant al vroeg in Suriname terecht kwam. Meer dan 200 jaar na Rolander, wordt de palm genoemd in het door Ostendorf aangepaste standaardwerk van Stahel Nuttige planten en Siergewassen van Suriname , dit keer met aantekening van de Afrikaanse origine. Hierin staat beschreven dat de palm veelvuldig voorkomt langs de Suriname rivier. Momenteel, weer 50 jaar later, blijkt de palm nog steeds veel aanwezig, hoewel niet aan de Suriname rivier. Wellicht dat de afnemende brakke condities verder landinwaarts dit verklaren.
In Suriname kent men nauwelijks gebruiken van deze palm. Kinderen eten soms de vruchten (1-2cm). Op plantage Reijnsdorp vertelde men dat de vruchten een nacht in water laten liggen het rijpingsproces kan versnellen. Gezien de vele gebruiken van de palm in Afrika, blijkt veel kennis over deze soort verloren in Suriname.
Lokale bewoners wisten zelden over de Afrikaanse origine van de palm en de connectie met de slavernijgeschiedenis. De Marron in Nieuw Lombé kennen de plant niet en ter hoogte van Nieuw Lombé en plantage Berg en Dal lijkt de palm niet voor te komen.

Ketan ireng (Oryza sativa) ‘Ondergang van een Javaans gewas’

Ketan ieran planten bijna oogstklaar met rijpe korrel en kaf

Volksnaam: Ketan ireng (Ja) 'zwarte kleefrijst', Blaka alesi (Sr) 'zwarte rijst'
Wetenschappelijke naam: Oryza sativa cultivar
Groeivorm: Kruid
Herkomst: Azië (Java)

In Suriname
Erfgoed type: Contractarbeider gewas
Huidig gebruik: Voedsel (korrels)
Historisch gebruik: Voedsel (korrels), Ceremonieel (korrels)
Overig:
Openstaande vragen:
-Wanneer kwam ketan ireng in Suriname aan?
-Op welke lokaties buiten plantage Reijnsdorp verbouwt men nog steeds ketan ireng?

-
Historische context in Suriname:
In het dorp op voormalig plantage Reijnsdorp verbouwt een oudere dame (78 jaar) ketan ireng , een cultivar van rijst met zwarte korrels. Vroeger gebruikte men deze rijst veelvuldig als voedsel en voor ceremonies (bv. trouwerijen). De enige oudere Javaanse dame die deze rijstvariëteit nog verbouwt vertelde:
"Mijn voorouders, de eerste generatie arbeidsmigranten in Suriname brachten deze rijst mee uit Java. In voormalig Nederlands Indië produceerde men voor de contracttijd deze rijst op commerciële wijze.
Vroeger plantte men deze variëteit veel in Suriname, maar momenteel niet meer. Ik en mijn nicht zijn als enige mensen nu nog bezig met het planten, oogsten en prepareren van de rijst. Elke keer als mijn familie uit de stad me belt, vragen ze me: “en, is het al tijd om te stoppen?” ze vinden dat ik op mijn leeftijd niet zulk zwaar werk moet doen. Echter, het planten van de rijst geeft Javanen een gevoel van rust. Het verbindt me met mijn cultuur, mijn religie, de natuur en mijn voorouders.
Veel rituelen zijn al verloren gegaan, zoals de dag om het planten te beginnen, zelfs het tijdstip, en ook het moment van de eerste oogst. Ik doe dit al sinds mijn 10e. Mijn moeder en vader leerden me hoe de rijst te verbouwen. Ik doe het nog steeds graag. Dit is een stukje van mijn cultuur dat ik wil behouden. Rijst is een basisgewas, een gift van God. Wanneer je de zegen van de heer hebt, geven je veldjes veel mooie rijst.
Vroeger had ik veel meer velden, wel tien keer zoveel. Nu heb ik wanneer ik een goede oogst heb ongeveer 100 kilo. Momenteel is de productie op plantage Reijnsdorp alleen genoeg voor op hier. Vroeger had ik genoeg voor plantage Alliance en zelfs om bij een goede oogst ook rijst in Paramaribo te verkopen. Mijn nichtje [46 jaar] hier op Reijnsdorp is de enige die de rijst ook nog weet te verbouwen.
Wist je trouwens dat vrouwen veel sneller zijn met zowel planten als oogsten? Het is werk dat behendigheid vraagt en secuur gedaan moet worden." besluit ze met een knipoog.

Een oudere Javaanse meneer (70 jaar) op plantage Alliance vertelde:" Toen ik klein was, verbouwde men hier op Alliance deze kleefrijst nog wel, maar nu helemaal niet meer. Iedereen verbouwde vroeger op een eigen stuk grond wat rijst, op traditionele Javaanse wijze. De staat bouwde indertijd kleine pellerijen, één hier op Alliance, één op Constancia en één op plantage Reijnsdorp. Deze pellerijen gingen echter allemaal stuk en nooit meer gerepareerd. Hierdoor werd het voor veel mensen te veel werk om nog de rijst te verbouwen en zo liep het gebruik terug."
Wellicht dat binnenkort deze rijst, nu nog relict, helemaal verdwenen zal zijn.
Verbouw, oogst en prepareren van Ketan ireng:
1) Een veld prepareren door onkruid weg te halen, te egaliseren en de grond zeer vochtig te maken. Vervolgens rijstkorrels (van bijvoorbeeld de eerdere oogst) inzaaien en laten liggen aan het oppervlak
2) De rijst twee maanden laten groeien tot 'bibits' (Ja, jonge rijstplanten) opkomen.
3) De bibits overplanten naar een nat veld met minstens 10-15cm water, vervolgens de bibits nog vijf maanden laten groeien.
Na ongeveer zeven maanden in totaal is de rijst oogstklaar, wat te herkennen is aan dat de aren droog en hard worden. Tijdens elke stap dient men opkomend onkruid te verwijderden.
Verder gebruikt men een kleine hoeveelheid pesticiden uit Paramaribo, net als een beetje kunstmest. Vroeger gebruikte men hiervoor kippenmest en rundermest aangezien men op het erf vaak deze dieren had.
4) De stengels dient men boven het laatste blad af te snijden, waarna de aren een hele dag in de volle zon moeten drogen. De verwerking geschiedt geheel handmatig.
5) De rijst slaan met een stok om de korrels uit de omhulsels te krijgen (zie foto rechts: Mevrouw Ronowikromo poseert met haar stok).
Wanneer de rijst vrijwel rijp is, zijn vogels een ware plaag: ze kunnen binnen de kortste keren een heel veld leeghalen. Vogelverschrikkers werken maar beperkte tijd. Een andere plaag is de fjo-fjo vlieg (Sr).


Gerechten
De rijst kan in heleboel gerechten worden gebruikt (meer dan vijftig). Pap van gestampte korrels at men vroeger veel. Ook kende het meel veel gebruiken. Een paar gerechten zijn 'kemplang', een zoet gebakje met kokos, 'jenang', een soort pap, 'wajik', een vaste massa waarbij het meel met kokosmelk en suiker gekookt is, 'onde-onde', balletjes gemaakt van gestampt meel en 'tape'.
Mevrouw Marie Ronowikromo, die als een van de laatsten de ketan ieran verbouwt, met haar stok om de rijst uit de omhulsels te krijgen

Marie Ronowikromo met een rijstplant voor haar rijstveld.

Planten in Suriname in 1667: al een wereldwijde diversiteit

In “An Impartial Description of Surinam upon the Continent of Guiana in America” uit 1667 (slechts 17 jaar na de kolonisatie!) noemt schrijver George Warren een aantal gewassen. Hij beschrijft de aanwezigheid van Oranges, lemons, limes, pomcitrons, water melons [oorspronkelijk uit Afrika] & musk melons, grapes. Later noemt hij ook nog plantons, bonanoes, semerrimas [onduidelijk welke soort bedoelt wordt], guavers [guave], pines [ananas], Wilde Trash [onduidelijk welke soort bedoeld wordt]. Commodities (stapelgewassen) zijn sugar, speckle-wood [onduidelijk welke soort bedoeld wordt], cotton, tobacco, indico, gums, dying woods [onduidelijk welke soorten bedoeld wordt], cassia fistula [oorspronkelijk uit Azië]. Andere voorkomende genoemde planten zijn Indian corn [oftewel mais], canes, yames [mogelijk Yam uit Afrika]. Specifieke planten van de inheemsen is Cassader [oftewel cassave].

Deze tekst laat zien dat al vroeg in de geschiedenis van Suriname Afrikaanse en Aziatische planten hun weg vonden naar Suriname, overigens net als gewassen uit andere delen van de Amerikas dan Suriname. Voor het grootste gedeelte worden voedsel gewassen genoemd, maar ook een aantal gebruiksgewassen komt langs. Hij noemt een een aantal soorten die onbekend zijn, een idee welke soorten dit zouden kunnen zijn? Neem vooral contact op!