De veelzijdigheid van de banaan bij de Surinaamse Marrons

Door Minke Reijers, ethnobotanicus

In Suriname groeien niet alleen inheemse planten, maar ook Afrikaanse planten, zoals banaan, oker en sesam. Deze planten kwamen met de schepen die de slaafgemaakten vervoerden naar de Amerika’s en zijn daarna door de slaafgemaakten in hun tuinen verbouwd. Tijdens de vlucht van de Marrons zijn de planten meeverhuisd naar het binnenland. In de dorpen Moitaki (district Sipaliwini, aan de Tapanahoni) en Jawjaw (district Sipaliwini, aan de Suriname Rivier) groeien nog steeds Afrikaanse gewassen op de kostgronden van de Aukaners en Saramaccaners, waaronder vele bananen.
Wat kun je allemaal doen met een banaan? Het blijkt dat men in Nederland een nogal eenzijdig beeld heeft van wat er mogelijk is met een banaan, als je het vergelijkt met de Surinaamse Marrons. Eerst is het belangrijk om te zeggen dat een banaan niet gewoon een banaan is. Het onderzoeksteam waar ik onderdeel van uitmaakte trof in totaal 19 verschillende cultivars aan. Een cultivar is een door mensen gekweekte ondersoort binnen een soort. Verschillen tussen de bananen bananenplanten kunnen soms alleen door Marrons worden waargenomen. De gevonden bananenvruchten verschillen in vorm, kleur, smaak. Vaak worden deze bananen op verschillende manieren gebruikt.

3bananen

(*Klik op plaatjes om ze te vergroten*) Van links naar rechts de de Loweman baana (weglopersbanaan, foto: Tinde van Andel), de Ingi bakuba (indianen bacove, foto: Amber van der Velden), en de Sukuu finga bakuba (suikervinger bacove, foto: Amber van der Velden).

Diverse bananen, bijvoorbeeld de sukufinga bakuba en de ingi bakuba, kan je gewoon uit de hand opeten. Er zijn ook een heleboel bananen die je meestal niet zo uit de hand eet. Je kan ze koken (bori baana), bakken met bloem en olie (baka baana) en stampen (tonton baana). In de tonton baana is de cultivar suwa suwa baana trouwens erg lekker, deze smaakt een beetje zuur.
In Moitaki leerde Densasi Misidjan ons allerlei heerlijke bananenrecepten. Heriheri viel bij mij erg in de smaak. Hiervoor moet je bakbananen, zoete cassave en zoete patat in plakken snijden en bakken in olie. In de grote droge tijd (ongeveer van augustus tot november) komt daar ook nog vis bij, maar dat was op dat moment niet voorradig.

Densasiheriheri

Densasi is bezig met de heriheri: de zoete cassave, zoete patat en bakbananen worden gebakken. Foto: Minke Reijers.

Banaan kan je ook heel goed mixen met rijst en pinda. Op een andere dag hebben we twee andere recepten uitgeprobeerd, waarvoor je eerst in een vijzel rijst tot meel moest stampen. Daarbij werden geroosterde pinda’s gestampt en erna ook rijpe bananen, zodat er een dik, vloeibaar beslag ontstond. Dit beslag werd in een bananenblad gevouwen en dan kon je het zowel koken als roosteren. Gekookt wordt het een soort pudding en heet het bij de Aukaners baana afufu. Als je het roostert wordt het een soort harde koek en wordt het baana kuku of doku genoemd. Kokkin Densasi wist ook nog te vertellen dat er een ander gerecht wordt gemaakt dat ook baana afufu heet. Dit is een pindasoep met geroosterde banaan en zoete cassave erin.
In Jawjaw waren veel recepten die we in Moitaki gekookt hadden ook bekend, en we vonden ook weer nieuwe recepten. Zo hebben we baana apiti mogen proeven, een soep met balletjes van geraspte banaan. Lise Lenga maakte dit voor ons met kokosmelk, adjinomoto en knakworstjes uit de winkel. Het traditionele recept wordt met wild vlees of vis gemaakt, maar knakworstjes smaken er ook niet verkeerd bij.

baanaapiti

Baana apiti gemaakt door Lise uit Jawjaw en geraspte banaan voor in de baana apiti (Foto’s:Minke Reijers).

Verder hebben we hier ook baana chips gemaakt, die door heel Suriname en in Nederland verkrijgbaar zijn. Een ander recept wat we gemaakt hebben was fada een zoet gerecht met gestampte pinda, gestampte banaan en suiker. Om de verwarring te vergroten wordt dit ook wel eens baana afufu genoemd, net als de eerder genoemde soort pudding en de pindasoep met geroosterde banaan en zoete cassave erin.

Lisepindabanaan

Lise stampt pinda en banaan door elkaar voor de fada (baana afufu, foto: Tinde van Andel).

Bananen worden niet alleen voor eten gebruikt, ze kunnen ook een geneeskrachtige werking hebben. Van de schil van de bakuba (‘Cavendish’ cultivar) wordt een thee gezet die helpt tegen diarree. Ook wordt van verschillende bananencultivars de vrucht of de schil gebruikt in rituele baden. Dan was er nog een klein bananenboompje dat wataa mama bakuba (‘Dwerg Cavendish’ cultivar) heet en waarvoor de bladeren in rituele babybaden worden gebruikt om de baby te stimuleren eerder te gaan lopen (waka snel).

Ceciliawataamama

Cecilia bij haar wataa mama bakuba boom (Foto: Minke Reijers).

Op de vreedzaammarkt in Paramaribo komen vele Marrons hun waar uit het binnenland verkopen. Daar sprak ik een Saramaccaanse die de bloeiwijze van een uma baana verkocht. Het woord uma in het Sranan Tongo betekent vrouw. Zij leerde me dat het witte hart van de bloeiwijze werd gebruikt om de geboorte te vergemakkelijken. Hier zie je mooi een koppeling tussen de naam en het gebruik van een plant.
Zo zie je maar: een banaan is niet zomaar een banaan. Er worden veel verschillende cultivars gekweekt en deze worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Het is niet alleen de smaak of vorm van de banaan die belangrijk is voor in gerechten. Terwijl sommige van deze bananen alleen geschikt zijn voor consumptie, hebben anderen ook rituele doeleinden.
Door geïsoleerde levenswijze van de Marrons (na hun vlucht van de plantages is er lange tijd nauwelijks contact met het kustgebied geweest), is veel van hun unieke cultuur behouden gebleven. In deze cultuur is ook de Afrikaanse oorsprong nog terug te vinden, bijvoorbeeld in de namen voor recepten. Het woord afufu, wat bij de Aukaners en Saramaccaners voor verschillende gerechten wordt gebruikt, komt ook in West-Afrika voor. In Ghana en Nigeria is fufu de naam van een dikke puree, gemaakt van banaan, maar het kan ook van yam of cassave. We hebben gehoord dat dit in Suriname ook gedaan wordt, maar we hebben het nooit gezien, weet iemand hier het recept van?
Ook het woord doku wordt in West-Afrika nog steeds gebruikt voor een gerecht. Het woord doku wordt in Ghana gebruikt voor een gerecht dat bestaat uit een deeg van gefermenteerde maïs, dat in een bananenblad wordt opgediend. Hier is te zien dat, hoewel soms in een andere betekenis, deze woorden zijn meegenomen uit Afrika.

Ik heb vast nog een heleboel Marron recepten met banaan erin niet genoemd. Zouden jullie in de reacties nog meer traditionele bananenrecepten (en foto’s) willen delen? En wie weet: de naam of het recept komt misschien wel oorspronkelijk uit Afrika!

 

 

volksnaam onbekend (Caesalpinia bonduc) ‘De oceaan over, als smokkelwaar of drijfzaad… of allebei?’

Volksnaam: onbekend
Wetenschappelijke naam: Caesalpinia bonduc
Groeivorm: Kruid
Herkomst: Afrika, Pantropisch?

In Suriname
Erfgoed type: Slaafgemaakten tuin
Huidig gebruik: Geen
Historisch gebruik: Medicinaal
Overig: Deze soort vormt drijfzaden en lijkt natuurlijk voor te komen op vele kusten wereldwijd.
Openstaande vragen:
- Hoe maakte 'bonduc' de Atlantische oversteek?
- Zijn er Marrons in het binnenland die deze zaden nog gebruiken?
- Kent de inheemse bevolking deze zaden en waarvoor gebruikt men hen?
- Worden de zaden nog voor rituele doeleinden gebruikt?
- Is een foto beschikbaar van de zaden in gebruik in Suriname?
Historische context in Suriname:
Drijfzaden van deze zeer stekelige plant komen via natuurlijke verspreiding voor op stranden over de hele wereld. Een enkeling van de oudere generatie in Suriname weet dat men zaden medicinaal gebruikt: bij kinderen met last van hun buik kan men een polsketting van zaden maken.
In Ghana gebruikt men de drijfzaden ook medicinaal, geregen in een ketting om het middel van een ziek kind, tegen huidaandoeningen. Ook gebruikt men in Ghana de zaden als speelstenen in een spel genaamd ‘agi’ (Ewe) of ‘aware’ (Twi) . Dit ‘agi’ spel bleek voor veel mensen in Suriname onbekend.
Iemand uit het marrondorp Dritabiki herkende het zaad wel. Volgens hem wordt het spel nog gespeeld door de ouderen, maar de jeugd kent het niet meer. Deze zaden zijn bekend, maar het spel wordt er niet meer mee gespeeld. Marrons blijken tegenwoordig andere zaden (van Ormosia spp.) te gebruiken om het ‘agi’ spel te spelen.
Hoewel het onduidelijk is of de plant op natuurlijke wijze als drijfzaad de Atlantische overtocht heeft gemaakt of dat mensen deze plant onbewust of bewust meenamen, bijvoorbeeld als sieraad of zaad met rituele betekenis, lijken Afrikaanse gebruiken nog steeds in Suriname aanwezig.

Ketan ireng (Oryza sativa) ‘Ondergang van een Javaans gewas’

Ketan ieran planten bijna oogstklaar met rijpe korrel en kaf

Volksnaam: Ketan ireng (Ja) 'zwarte kleefrijst', Blaka alesi (Sr) 'zwarte rijst'
Wetenschappelijke naam: Oryza sativa cultivar
Groeivorm: Kruid
Herkomst: Azië (Java)

In Suriname
Erfgoed type: Contractarbeider gewas
Huidig gebruik: Voedsel (korrels)
Historisch gebruik: Voedsel (korrels), Ceremonieel (korrels)
Overig:
Openstaande vragen:
-Wanneer kwam ketan ireng in Suriname aan?
-Op welke lokaties buiten plantage Reijnsdorp verbouwt men nog steeds ketan ireng?

-
Historische context in Suriname:
In het dorp op voormalig plantage Reijnsdorp verbouwt een oudere dame (78 jaar) ketan ireng , een cultivar van rijst met zwarte korrels. Vroeger gebruikte men deze rijst veelvuldig als voedsel en voor ceremonies (bv. trouwerijen). De enige oudere Javaanse dame die deze rijstvariëteit nog verbouwt vertelde:
"Mijn voorouders, de eerste generatie arbeidsmigranten in Suriname brachten deze rijst mee uit Java. In voormalig Nederlands Indië produceerde men voor de contracttijd deze rijst op commerciële wijze.
Vroeger plantte men deze variëteit veel in Suriname, maar momenteel niet meer. Ik en mijn nicht zijn als enige mensen nu nog bezig met het planten, oogsten en prepareren van de rijst. Elke keer als mijn familie uit de stad me belt, vragen ze me: “en, is het al tijd om te stoppen?” ze vinden dat ik op mijn leeftijd niet zulk zwaar werk moet doen. Echter, het planten van de rijst geeft Javanen een gevoel van rust. Het verbindt me met mijn cultuur, mijn religie, de natuur en mijn voorouders.
Veel rituelen zijn al verloren gegaan, zoals de dag om het planten te beginnen, zelfs het tijdstip, en ook het moment van de eerste oogst. Ik doe dit al sinds mijn 10e. Mijn moeder en vader leerden me hoe de rijst te verbouwen. Ik doe het nog steeds graag. Dit is een stukje van mijn cultuur dat ik wil behouden. Rijst is een basisgewas, een gift van God. Wanneer je de zegen van de heer hebt, geven je veldjes veel mooie rijst.
Vroeger had ik veel meer velden, wel tien keer zoveel. Nu heb ik wanneer ik een goede oogst heb ongeveer 100 kilo. Momenteel is de productie op plantage Reijnsdorp alleen genoeg voor op hier. Vroeger had ik genoeg voor plantage Alliance en zelfs om bij een goede oogst ook rijst in Paramaribo te verkopen. Mijn nichtje [46 jaar] hier op Reijnsdorp is de enige die de rijst ook nog weet te verbouwen.
Wist je trouwens dat vrouwen veel sneller zijn met zowel planten als oogsten? Het is werk dat behendigheid vraagt en secuur gedaan moet worden." besluit ze met een knipoog.

Een oudere Javaanse meneer (70 jaar) op plantage Alliance vertelde:" Toen ik klein was, verbouwde men hier op Alliance deze kleefrijst nog wel, maar nu helemaal niet meer. Iedereen verbouwde vroeger op een eigen stuk grond wat rijst, op traditionele Javaanse wijze. De staat bouwde indertijd kleine pellerijen, één hier op Alliance, één op Constancia en één op plantage Reijnsdorp. Deze pellerijen gingen echter allemaal stuk en nooit meer gerepareerd. Hierdoor werd het voor veel mensen te veel werk om nog de rijst te verbouwen en zo liep het gebruik terug."
Wellicht dat binnenkort deze rijst, nu nog relict, helemaal verdwenen zal zijn.
Verbouw, oogst en prepareren van Ketan ireng:
1) Een veld prepareren door onkruid weg te halen, te egaliseren en de grond zeer vochtig te maken. Vervolgens rijstkorrels (van bijvoorbeeld de eerdere oogst) inzaaien en laten liggen aan het oppervlak
2) De rijst twee maanden laten groeien tot 'bibits' (Ja, jonge rijstplanten) opkomen.
3) De bibits overplanten naar een nat veld met minstens 10-15cm water, vervolgens de bibits nog vijf maanden laten groeien.
Na ongeveer zeven maanden in totaal is de rijst oogstklaar, wat te herkennen is aan dat de aren droog en hard worden. Tijdens elke stap dient men opkomend onkruid te verwijderden.
Verder gebruikt men een kleine hoeveelheid pesticiden uit Paramaribo, net als een beetje kunstmest. Vroeger gebruikte men hiervoor kippenmest en rundermest aangezien men op het erf vaak deze dieren had.
4) De stengels dient men boven het laatste blad af te snijden, waarna de aren een hele dag in de volle zon moeten drogen. De verwerking geschiedt geheel handmatig.
5) De rijst slaan met een stok om de korrels uit de omhulsels te krijgen (zie foto rechts: Mevrouw Ronowikromo poseert met haar stok).
Wanneer de rijst vrijwel rijp is, zijn vogels een ware plaag: ze kunnen binnen de kortste keren een heel veld leeghalen. Vogelverschrikkers werken maar beperkte tijd. Een andere plaag is de fjo-fjo vlieg (Sr).


Gerechten
De rijst kan in heleboel gerechten worden gebruikt (meer dan vijftig). Pap van gestampte korrels at men vroeger veel. Ook kende het meel veel gebruiken. Een paar gerechten zijn 'kemplang', een zoet gebakje met kokos, 'jenang', een soort pap, 'wajik', een vaste massa waarbij het meel met kokosmelk en suiker gekookt is, 'onde-onde', balletjes gemaakt van gestampt meel en 'tape'.
Mevrouw Marie Ronowikromo, die als een van de laatsten de ketan ieran verbouwt, met haar stok om de rijst uit de omhulsels te krijgen

Marie Ronowikromo met een rijstplant voor haar rijstveld.