De bekende handelsgewassen van Suriname: niet het hele verhaal…

Door Karwan Fatah-Black, historicus aan de Universiteit Leiden

Koffie en suiker werden, naast katoen, cacao en indigo de succesvolle exportgewassen van Suriname. Zoals dankzij het BHS Project goed te zien is, kwamen er in het kielzog van de plantage-economie ook andere gewassen mee. Als we vanuit het heden naar het verleden kijken vallen ons vooral de succesverhalen op: de gewassen die een grote invloed hebben gehad op het landschap of die tot de dag van vandaag nog te vinden zijn. Maar dat is niet het hele verhaal.

Degenen die in Suriname arriveerden of plannen maakten om een plantage te stichten hadden suiker en koffie niet altijd als voornaamste landbouwgewassen voor ogen. Zo faalde rond 1630 een poging van een groep Engelsen om onder leiding van Marechal tabak te verbouwen in het gebied van de huidige Marshal Kreek. Het is één van de talloze voorbeelden van mislukte expedities. In dit artikel laat ik aan de hand van twee historische bronnen (één uit 1622 en één uit 1716) zien dat suiker en koffie niet vanaf het begin van de kolonie vanzelfsprekend de twee belangrijkste export producten van Suriname waren. De weg naar de plantage-economie is bezaaid met gewassen die het uiteindelijk niet hebben gehaald.

Ten eerste een pamflet van Willem Usselinx dat hij publiceerde in 1622. Usselinx was een inspirator voor het oprichten van de Westindische Compagnie, al wilde hij liever dat er kolonies in de Guiana’s kwamen dan in Brazilie. In dat pamflet ijvert Usselinx voor kolonisatie op de “Wilde Kust” (de Guiana’s). Het is een periode waarin vanuit de Republiek der Verenigde Nederlanden naar wegen wordt gezocht om de Spaanse tegenstander in het Atlantische gebied de pas af te snijden. Het idee is om een imperium (Groot Deseyn) op te zetten met forten op de kust van Afrika om in slaaf gemaakten te handelen, en plantages in Zuid Amerika om suiker te verbouwen. Of althans, uit de tekst van Usselinx blijkt dat hij niet alleen suiker voor ogen had. Usselinx wil vooral de Spanjaarden dwars zitten. Hij schrijft:

“Want als wij aldaer den Wijnstoc Olye en de Orangie Boomen met de Suycker Rieten etc. planten, sullen wy niet alleen uit Indien onslieve Nederlant maar ooc andere Provintien ende Rijcken met den schoonen zegen ende heerlijcke vruchten des West Indischen Canaans versorghen, tot grooten afbreuc van de Spaansche Trafijcque, daer op dan consequentelijck sal moeten volghen een duystere Eclipsis in des Konicks Comptoiren.”

titelblad_illustratie

 

Titelblad en illustratie uit het boek dat de directeuren van de Sociëteit van Suriname opstuurden om kennis over het verbouwen van koffie te verspreiden. Jean de la Roque, Voyage de l’Arabie heureuse par l’Océan oriental et le détroit de la mer Rouge. Amsterdam: Steenhouwer & Uytwerf, 1716

Het plan om druiven te verbouwen en wijn te produceren zou een symbolische opmerking kunnen zijn, verwijzend naar rijkdom en overvloed. Maar het idee dat er in de Guiana’s druiven verbouwd zouden kunnen (en moeten) worden leeft een eeuw later nog, nota bene bij een groep mensen die al lange tijd in de kolonie leven en werken. In 1716 publiceert een groep belanghebbenden, voornamelijk planters, een pamflet waarin ze wegen suggereren om de kolonie tot een groter commercieel succes te maken.

De geregelde aanvoer van slaaf gemaakten, militaire bescherming en minder handelsbeperkingen voor de kolonisten vormen de kern van hun ideeën. Ze suggereren dat degene die niet genoeg startkapitaal hebben om suiker te verbouwen vee zouden kunnen gaan fokken, of katoen, cacao, orleaan of rijst zouden kunnen gaan planten. Ze suggereren ook om druiven te kweken, in navolging van de volgens hun succesvolle productie van wijn in het naburige Cayenne. Ook schrijven de plantage- en eigenaren van slaaf gemaakten dat koffie en olijven zijn geplant, maar dat de resultaten van deze experimenten nog niet duidelijk zijn. Verder suggereren ze het verbouwen van saffraan, vlas, hennep en ook moerbei voor de zijderups.

De eerste koffiebonen zijn rond 1712 al in de kolonie aangekomen, en om de vier a vijf jaar stijgt de spanning als er weer een nieuwe generatie boompjes de vruchtdragende leeftijd bereikt. Koffie was een “boom product” en de snelle expansie van productie in Suriname zou in enkele decennia het aangezicht van de kolonie ingrijpend veranderen. Tot de opkomst van de koffieproductie hadden plantagedirecteuren hun geknechte slaaf gemaakten ingezet voor het verbouwen van suiker en het kappen van hout. Dit gebeurde veelal op de drogere zandgronden in de bovenloop van de Suriname, Commewijne en Cottica. Het verbouwen van koffie gebeurt dichter bij zee in de vette kleigrond, en zorgt voor stevige conflicten in Paramaribo waar mensen elkaar grond afhandig proberen te maken om koffieboompjes te planten.

De koffie hausse komt niet uit de lucht vallen, men was al langer druk opzoek naar gewassen die goed zouden gedijen naast de suikerproductie. Dat koffie dit succes werd eist een grote tol: mensen worden op nog grotere schaal tot slaaf gemaakt en tot werk gedwongen on de Surinaamse polder plantages. Het sterfteoverschot op de plantages was vooral in de het midden van de achttiende eeuw (tijdens de expansie van het plantage areaal) ontstellend hoog. De alternatieve wegen die de kolonisten voor ogen stonden zijn voer voor gedachtenexperimenten: wat als zijde het belangrijkste exportproduct van Suriname was geworden? Of wijn? Terugkijkend lijkt het absurd, maar het is wel degelijk het beeld dat men in de zeventiende en achttiende eeuw voor ogen stond.

Kus(u)wé (Bixa orellana) – ‘Medicinale plant, handelsgewas en sierplant’


Volksnaam: Kus(u)wé (Sr)
Wetenschappelijke naam: Bixa orellana
Groeivorm: Struik, Kleine boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Inheemsen, Plantagegewas, Slaaf gemaakten tuin?, Planters tuin?
Huidig gebruik: Sierplant, Medicinaal (insect werend)
Historisch gebruik: Medicinaal en Kleurstof, Plantagegewas
Overig: De zaden in de vrucht zijn omgeven door een stof (anatto) die verwerkt kan worden tot rode en gele kleurstof
Openstaande vragen:
- Zijn de individuen te vinden op verlaten plantages aan de kust oude historische individuen of heeft de plant zich natuurlijk verspreidt na de ondergang van de plantages?
-(subvraag) Welke plantages in Suriname verbouwden Kus(u)wé?
-Wat kleurde men met Surinaamse anatto?

-
Historische context in Suriname:
De inheemsen van Suriname gebruikten Kus(u)wé om de insectenwerende eigenschappen. Later werd dit plantgebruik overgenomen door slaaf gemaakte Afrikanen. Europese planters zagen de plant als handelsgewas en verbouwden het gewas op de plantages omwille van de rode kleurstof (anatto). Vandaag gebruikt men in stedelijke gebieden de plant om huisdieren, zoals honden, een bad te geven tegen vlooien en teken.

Kakaw (Theobroma cacao) ‘Surinaams godenvoedsel als handelsgewas’

Theobroma cacao fruits

Volksnaam: Kakaw (Sr)
Wetenschappelijke naam: Theobroma cacao
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Amazonegebied, Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Handelsgewas
Huidig gebruik: Voedsel (zaden voor chocolade, vrucht soms gegeten)
Historisch gebruik: Handelsgewas, Voedsel
Overig: De naam Theobroma verwijst naar het oud Grieks 'godenspijs'.
Openstaande vragen:
-Welke variëteiten van cacao komen voor in Suriname?
-Welke variëteit is wanneer geïntroduceerd in Suriname?
-Waren er verschillen in gebruik(er) voor de verschillende variëteiten cacao?
-Hoe oud zijn de individuen op plantage Berg en Dal?
-Hoe snel verjongt het historische cacaoveld op plantage Montpellier?

-
Historische context in Suriname:
Het bos op de voormalig plantage Montpellier heeft veel weg van een normaal regenwoud. Echter bij het doorkruisen valt al gauw op dat er vele cacaobomen tussen de rest van het groen staan. Temidden van het teruggegroeide regenwoud staat een oud cacaoveld! De precieze ouderdom van het veld is moeilijk te achterhalen, al is bekend dat de plantage al meer dan anderhalve eeuw niet meer in gebruik is als productieplantage. Het voorkomen van zowel juvenielen als adulten doet vermoeden dat er regeneratie optreedt en dat het veld zichzelf in stand houdt. De bewoners wisten te vertellen dat de cacao variëteit er één is die men in de plantageperiode verbouwde, maar die nu verdrongen is door variëteiten met hogere opbrengst en een hogere kwaliteit zaden (waarvan men cacaoproducten maakt). Op plantage Berg en Dal werd eenzelfde variëteit aangetroffen.
Het cacaoveld op plantage Berlijn bleek een overblijfsel van beplanting na de Tweede Wereldoorlog. Dit overgebleven veld is slechts een herinnering aan een vorige eigenaar, die na een aantal slechte oogsten de grond verkocht. Momenteel zijn bijna de gehele plantage en de plantages eromheen in gebruik voor veeteelt en andere gewassen. De cacao variëteit die men daar gebruikte was een moderne gekweekte variëteit.
Ook de verlaten cacao- en koffievelden op plantage Peperpot dateren van slechts enkele decennia terug en betreft een moderne gekweekte variëteit. Niet elk overblijfsel van een cacaoveld verwijst dus naar de plantagetijd.
Suriname kent ook een inheemse cacao variëteit die diep in het binnenland voorkomt. Het is niet geheel duidelijk welke variëteiten cacao in Suriname voorkomen en welke wanneer geïntroduceerd is.

Kofi (Coffea liberica) ‘Afrikaans handelsgewas in Atlantische wereld’

Coffea liberica ripe fruits

Volksnaam: Kofi (Sr)
Wetenschappelijke naam: Coffea liberica
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Afrika

In Suriname
Erfgoed type: Handelsgewas
Huidig gebruik: Voedsel (geroosterde zaden met water als drank)
Historisch gebruik: Voedsel (geroosterde zaden met water als drank)
Overig: Coffea liberica is beter bestand tegen sommige ziektes dan Coffea arabica de meest voorkomende koffie soort, maar de opbrengst is lager. De koffie bessen zijn 1,5-3cm groot en rood wanneer rijp.
Openstaande vragen:
-Hoe oud zijn de veldjes koffie die men nog op sommige verlaten plantages kan vinden?
-
Historische context in Suriname:
Coffea liberica kwam pas rond begin 19e eeuw in Suriname aan.
Eerder waren Coffea arabica planten met succes geplant, maar door opkomende plagen, begon met met de liberica binnen te halen. Op plantage Peperpot staan nog slecht onderhouden velden koffie, onder de oorspronkelijke aanplant van schaduwbomen (zie ook Kofimama). De koffiefabriek doet nu dienst als ecotoerisme locatie.
Planters maakten koffie zoals men het tegenwoordig kent. Afrikaanse slaafgemaakten aten juist de rijpe vruchten.
Momenteel kweekt men op sommige plekken koffie nog op kleine schaal voor eigen gebruik.