Kus(u)wé (Bixa orellana) – ‘Medicinale plant, handelsgewas en sierplant’


Volksnaam: Kus(u)wé (Sr)
Wetenschappelijke naam: Bixa orellana
Groeivorm: Struik, Kleine boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Inheemsen, Plantagegewas, Slaaf gemaakten tuin?, Planters tuin?
Huidig gebruik: Sierplant, Medicinaal (insect werend)
Historisch gebruik: Medicinaal en Kleurstof, Plantagegewas
Overig: De zaden in de vrucht zijn omgeven door een stof (anatto) die verwerkt kan worden tot rode en gele kleurstof
Openstaande vragen:
- Zijn de individuen te vinden op verlaten plantages aan de kust oude historische individuen of heeft de plant zich natuurlijk verspreidt na de ondergang van de plantages?
-(subvraag) Welke plantages in Suriname verbouwden Kus(u)wé?
-Wat kleurde men met Surinaamse anatto?

-
Historische context in Suriname:
De inheemsen van Suriname gebruikten Kus(u)wé om de insectenwerende eigenschappen. Later werd dit plantgebruik overgenomen door slaaf gemaakte Afrikanen. Europese planters zagen de plant als handelsgewas en verbouwden het gewas op de plantages omwille van de rode kleurstof (anatto). Vandaag gebruikt men in stedelijke gebieden de plant om huisdieren, zoals honden, een bad te geven tegen vlooien en teken.

Ingisopo (Furcraea foetida) ‘Van inheemsenzeep tot wasrek’


Volksnaam: Ingisopo (Sr) 'indianenzeep'
Wetenschappelijke naam: Furcraea foetida
Groeivorm: Kruid
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Inheemsen?, Slaaf gemaakten tuin?
Huidig gebruik: Wasrek (kleding drogen in de zon), Sierplant, Functioneel gewas (vezels)
Historisch gebruik: Medicinaal (ontsmettingsmiddel), Farmaceutisch (zeep - vlezig blad vermorzelen)
Overig:
Openstaande vragen:
-Van wanneer dateert het ingisopo veld bij plantage Anna's Zorg?
-
Historische context in Suriname:
Ingisopo is een inheemse plant die vroeger door de inheemsen werd gebruikt. Vandaar de naam 'Indianen zeep'. Het sap in de vlezige bladeren gebruikte men om te desinfecteren, bijvoorbeeld handen na het schoonmaken van vis.
Op plantage Anna's Zorg, Commewijne, vindt men in het moerasbos een veldje van ruim 30 exemplaren van ingisopo. De lokale bevolking had geen verklaring voor het veelvuldig voorkomen daar. De lokatie is al sinds lange tijd verlaten volgens de almanakken. Opvallend was echter dat de exemplaren van de ingisopo niet achter de historische dijk op de plantages groeide, maar ervoor op een dichtgegroeid stuk van de Warappakreek (die een aantal jaren geleden na decennia lang slecht onderhoud is opengegraven). Dit impliceert dat het veld waarschijnlijk niet heel oud is, aangezien het vroeger water was.
In Nieuw-Lombé groeide de plant op verschillende plaatsen in het dorp. Men wist daar ook van het gebruik als desinfecterende zeep. Men vertelde dat hun voorouders de plant ook gebruikten. Verder droogde men de bladeren in de zon voor de vezels.
Ook in Paramaribo groeit de plant veelvuldig, voornamelijk als sierplant

Watra krarun (Amaranthus australis) ‘Indicator historische inheemse migratie?’

Wilde klaroen

Volksnaam: Watra krarun (Sr) 'water klaroen'
Wetenschappelijke naam: Amaranthus australis
Groeivorm: Kruid
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Inheemsen, Contractarbeider gewas
Huidig gebruik: Voedsel (juveniele planten gekookt)
Historisch gebruik: Onbekend
Overig: Groeit voornamelijk in water, maar kan ook op vochtige grond overleven.
Openstaande vragen:
-Hoe heeft de Watra krarun zich over de America's verspreid?
-Voor wat voor doeleinden gebruikten de inheemsen de plant?
-
Historische context in Suriname:
De plant komt veelvuldig voor in het moerassige kustgebied in Suriname. Op sommige plekken staan velden vol en is het een van de meest geziene planten (bijvoorbeeld ten noorden van plantage Johanna Margaretha).
Op plantage Reijnsdorp herkent de oudere Javaanse generatie de plant als een eetbaar gewas. De jongere generatie herkent de plant echter niet als zodanig. Een oude vrouw vertelde dat slechts de jonge planten (juvenielen) van deze soort eetbaar zijn, omdat bij oudere planten te vezelig zijn.
In de Flora van Suriname komt deze plant voor, maar in de databases van het Herbarium van Suriname (BBS) en Nationaal Herbarium Nederland (NHN), zijn slechts enkele exemplaren. In online herbarium databases blijkt de plant veel voor te komen aan de oostkust van de Verenigde Staten.
Onduidelijk is of de plant een dergelijk ruim verspreidingsgebied heeft of dat de plant door mensen is verspreid (historisch of recent gezien). Aangezien vóór de koloniale tijd de inheemsen handelden langs de kust en tijdens de koloniale tijd veel intra-Amerikaanse vaart plaatsvond, lijkt een menselijke verspreiding goed mogelijk.

Busipepre (Capsicuum annuum var. glabriulusculum) ‘De peper van God’

Capsicuum annuum var. glabriulusculum




Volksnaam: Busipepre (Sr) 'bospeper', Lombo(k) riwit/kusti (Ja) 'peper van God'
Wetenschappelijke naam: Capsicuum annuum var. glabriulusculum
Groeivorm: Struik
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Inheemsen, Slaafgemaakten tuin?, Contractarbeider?
Huidig gebruik: Voedsel (vruchten als specerij)
Historisch gebruik: Waarschijnlijk voedsel (vruchten als specerij)
Overig: De vruchten (pepers) zijn slechts 10mm groot. Ze krijgen wanneer rijp een rode kleur. De pepers zijn zeer heet.
Openstaande vragen:
-Kwam de peper op plantage Bent's Hoop door natuurlijke verspreiding na het verlaten van de plantage, of is het een overblijfsel met menselijke origine?
-
Historische context in Suriname:
Op de verlaten plantage Bent’s Hoop stond in het bos deze inheemse peper met vruchten (de pepers), nog geen centimeter in doorsnede, maar zeer heet. De Javaanse gemeenschap op de nabijgelegen plantage Reijnsdorp wist van het bestaan van de peper, maar plantte andere pepersoorten en gebruikte deze bospeper verder niet. Zij kenden de plant als ‘peper van God’. Een oudere Javaanse dame legde uit: “Mijn vader en zijn dorpsgenoten namen de bospeper mee en probeerden hem op te kweken in het dorp. Maar deze peper kan niet groeien als hij door mensen geplant is, alleen wanneer God het wil zal hij groeien”. Dit verhaal is niet gek, wanneer men bedenkt dat de peper van nature in bosrijk gebied voorkomt en op een gecultiveerd stuk land wellicht niet goed groeit.
Mogelijkerwijs verzorgden inheemsen of slaaf gemaakten deze variëteit eerder op de plantage. De inheemsen verbouwden vele planten en verzorgden ook wilde planten, waaronder pepers (Capsicum spp.), maar over het gebruik van deze variëteit is weinig bekend. Wel is bekend dat overdracht van plantgebruik plaatsvond tussen inheemsen en de nieuwe inwoners.