Kofimama (Erythrina fusca) ‘Beschermer der handelsgewassen’

detail kofimama juveniel

Volksnaam: Kofimama (Sr) 'Koffie mama', Chang kring (Ja)
Wetenschappelijke naam: Erythrina fusca
Groeivorm: Boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven stuctuur, Contractarbeider gewas
Huidig gebruik: Uitgeholde stam gebruikt men om kaf en koren te scheiden door erop te slaan met een stok.
Historisch gebruik: Schaduwplant voor koffie en soms cacao.
Overig: De boom wordt tot 15m hoog. De boom trekt een bepaalde mottensoort aan waarvan de poppen gegeten kunnen worden (een Javaans gebruik). Op foto is een juveniele plant te zien.
Openstaande vragen:
-Welke soort is de lokale 'Kofimama' in Afrika, waar koffie (Coffea spp.) vandaan komt?
-Welke soort mot die gegeten wordt, leeft op de kofimama?

-
Historische context in Suriname:
De kofimama is voor vele Surinamers een bekend botanisch overblijfsel uit de koloniale periode. Veel mensen weten dat men de boom vroeger gebruikte als schaduwplant voor juveniele koffie planten, zoals de volksnaam al aangeeft. Het gebruik voor juveniele cacao is voor minder mensen bekend. Verder gebruikten Javaanse Surinamers de cocon van een vlinder die gedijt op de koffiemamaboom als delicatesse, ook bekend als 'entung' (Ja). Het is onduidelijk of op sommige plekken entung nog steeds gegeten wordt.
Op plantage Peperpot groeien op de kofimama bomen nog samen met de koffie planten, waarbij de beplanting structuren heel mooi geconserveerd zijn gebleven. Dit veld is echter niet heel oud.
Op plantage Berlijn staat een aantal individuen in een verlaten cacaoveld, waarbij de beplanting structuren nog enigszins te herleiden zijn.
Op vele verlaten plantages aan de kust groeien grote individuen midden in de bossen. Aangezien de boom ook veel van nature voorkomt in het kustgebied is onderscheid maken tussen natuurlijk voorkomen en relict (individuen geplant als een schaduwboom voor koffie of cacao op de plantage) soms moeilijk.

Tamalin (Tamarindus indica) ‘De boom die niet uit de Indiën kwam… of wel?’

Tamarindus indica ripe pods

Volksnaam: Tamalin (Sr), Asem (Ja)
Wetenschappelijke naam: Tamarindus indica
Groeivorm: Boom
Herkomst: Afrika

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Voedsel (zaadpulp)
Historisch gebruik: Laan boom, Voedsel (zaadpulp), Takken gebruikt als zweep om slaaf gemaakten te slaan
Overig: De boom vond al vroeg in de menselijke geschiedenis zijn weg uit Oost-Afrika naar India en de rest van Azië. Vroege Europese botanici zagen de boom daarom voor lokale plant aan en gaven hem foutief de naam ‘indica’
Openstaande vragen:
-Wat illustreert het kappen van de tamalin laan op de plantage Alliance? Hecht men in Suriname genoeg waarde aan botanisch erfgoed?
-Hoe zit het met de waarde van erfgoed in het algemeen?
-Is tamalin via Afrika naar Suriname gekomen, of zijn zaden of planten gehaald uit Azië?
-Is de tamalin boom op plantage Johanna Charlotte ook een restant van een oude laan?

-
Historische context in Suriname:
De tamarindeboom komt anders dan de wetenschappelijke naam Tamarindus indica doet vermoeden niet uit India, maar uit tropisch Afrika. De tamarindeboom bevond zich op de Surinaamse plantages vaak in een laan in de richting van het huis van de planter. Geliefd waren vooral de vruchten ‘die van een heilzaame verkoelende kracht zyn, in alle heete ziektes de mond verfrisschende en de buik zuiverende’, aldus Jan Jacob Hartsinck (1770). Slaaf gemaakten gebruikten de plant op eenzelfde manier.
Vele Surinamers wisten te vertellen dat takken van tamalin in de koloniale tijd gebruikt werden als zweep om slaaf gemaakten te slaan. Deze kennis was zowel bekend bij de Boslandcreolen, de Creoolse-, Hindoestaanse- en Javaanse Surinamers.
Op de voormalig plantage Alliance staat een deel van zo een tamarindelaan nog steeds in het dorp. Dit restant beperkt zich tot een zijde van het pad, doordat een aantal decennia terug de eeuwenoude bomen aan de andere kant moesten wijken voor een loods. Een stuk onvervangbaar erfgoed is hiermee voor altijd verloren gegaan.
Op de verlaten plantage Johanna Charlotte bevindt zich een enkele tamarindeboom. Deze boom, bijna zonder overgebleven loof, heeft het duidelijk moeilijk in de zilte omstandigheden en groeit temidden van de lage bodembedekkende vetplanten! Het is zeer uitzonderlijk dat de boom deze omstandigheden tot nog toe heeft weten te overleven. Het is zeer goed mogelijk dat in de nabije toekomst dit individu ten onder gaat en daarmee een stukje levende geschiedenis in Suriname afsterft.

Zuilcactus (Cereus hexagonus) ‘Woestijnplant in het moerasbos’

Volksnaam: Zuilcactus
Wetenschappelijke naam: Cereus hexagonus
Groeivorm: Succulent kruid
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Sierplant
Historisch gebruik: Hegplant
Overig:
Openstaande vragen:
-Wordt de zuilcactus ergens in literatuur (bv historische beschrijvingen) genoemd als hegplant op de Surinaamse plantages?
-Hoe komt het dat zuilcactus het in de open vegetatie bij de kust minder goed doet dan in het moerasbos, hoewel de open vegetatie meer op de natuurlijke habitat lijkt dan het moerasbos?
-Wat is de origine van de cactushagen op Johanna Margaretha?

-
Historische context in Suriname:
Zuilcactus bevindt zich op verschillende verlaten plantages rond de Warappakreek. Hier staat de plant in rijen op kleine dammen afkomstig uit de plantageperiode. Temidden van de kustmoerasvegetatie, teruggegroeid op grote delen van de plantages, springen deze cactusrijen er uit tussen de rest van de aanwezige planten. Deze cactussen groeien normaliter op zandige banken bij de kust (bijvoorbeeld bij Galibi) en in de savanne, op rotsformaties in het bos en de savanne en rivierbeddingen van graniet.
Zonder aanwijzingen voor enige recente herkomst van deze cactushagen, zijn deze waarschijnlijk overblijfselen van historische cactushagen. Door mensen aangelegde cactushagen zijn wel bekend van de Nederlandse Antillen, waar men tot nu toe nog cactussen gebruikt als heg. Van de Surinaamse plantages waren hagen van een inheemse cactus niet bekend! Cactussen worden slechts genoemd in een plan om het Cordonpad tegen aanvallen van de Marron te beschermen, maar deze plannen zijn nooit tot uitvoer gebracht.
De plant verjongt zich en men kan hem vaak genoeg in bloei of vruchtdragend treffen. Gek genoeg heeft de plant het moeilijker aan de kuststreek op de dijkjes dan in het moerasbos. Individuen in de swamp groeien ongeveer van 1-4m terwijl in het moerasbos individuen van 3-10m staan.
Bij plantage Johanna Margaretha groeit zuilcactus heel dicht bij het strand op dijkjes, die iets weg hebben van een oud drainage kanaal. Tussen de zuilcactushagen groeit soms Switi lemki (zie Switi lemki), zowel bij de plantages langs het Warappakanaal (plantage Anna's Zorg, plantage Badenstein, plantage Moed en Kommer), als bij Matapica kanaal (plantage Johanna Charlotte).
Soms vindt men de cactus in tuinen als sierplant (bijvoorbeeld in Paramaribo, plantage Reijnsdorp en plantage Montpellier).
Check ook de NTR documentaire De Slavernij afl.4 Industrie in de Tropen (18:30-21:40) voor beelden van deze zuilcactus (en spot de dadel die succesvol de oceaan overstak).

Watra udu (Trichanthera gigantea) ‘Windbreaker voor juveniele cacao’

Watra udu individu

Volksnaam: Watra udu (Sr) 'water hout'
Wetenschappelijke naam: Trichanthera gigantea
Groeivorm: Kleine boom
Herkomst: Inheems

In Suriname
Erfgoed type: Overgebleven structuur
Huidig gebruik: Onbekend
Historisch gebruik: Windbreaker voor juveniele cacaoplanten
Overig: Plant groeit snel en stekt men eenvoudig.
Openstaande vragen:
-Vindt men nog ergens in Suriname een historisch samengroeien tussen watra udu en cacao?

-
Historische context in Suriname:
Watra udu is een veel voorkomende plant in bossen achter de moeras kuststreek van Suriname. Door de snelle groei en het vormen van vele scheuten vormt de heester een goede beschermingshaag tegen de wind voor kwetsbare juvenielen. Slechts een enkel persoon kende nog het gebruik als windbreaker van watra udu, terwijl het in Suriname een vrij bekende plant is.