Op zoek naar de weglopersbanaan

Door Tinde van Andel, etnobotanicus bij Naturalis Biodiversity Center, Leiden

Tijdens de trans-Atlantische slavenhandel deden een aantal Afrikaanse voedselgewassen hun intrede in Suriname. Sesamzaad, bakbananen, oker, sopropo en de Afrikaanse oliepalm werden als voedsel in West Afrika ingescheept, maar sommige zaden en stekjes kwamen ongeschonden de oceaan over. Slaven smokkelden ze uit de scheepsruimen en teelden de gewassen voor eigen consumptie op hun kleine kostgrondjes achter de plantages. Toen de Marrons in de 18e eeuw de plantages ontvluchtten, namen ze zaden en stekjes mee het binnenland in. Diep in het regenwoud maakten ze nieuwe kostgrondjes. Nu de meeste plantages in het Surinaamse kustgebied zijn verlaten, zijn Marrons vaak de enige die deze “vergeten Afrikaanse groenten” nog verbouwen. Zoals bijvoorbeeld de weglopersbanaan.

lise (Small)Lise, een Saramaccaanse boerin uit Jawjaw op haar kostgrondje. Op de achtergrond een bananenboom. Foto: Minke Reijers

Nazaten van Javaanse en Hindostaanse contractarbeiders ontdekten een vreemd soort bakbanaan in het bos rond de verlaten plantage Reijnsburg in Commewijne. Ouderen in het dorp Bakkie herkenden de vrucht als een lowe man bana, oftewel een ‘weglopersbanaan’. Volgens hen werd dit type bakbanaan vroeger gekweekt door slaven die de plantage waren ontvlucht en zich ophielden in de bossen rondom Reijnsburg.

Voor zijn afstudeeronderzoek naar botanische plantagerelicten maakte de Amsterdamse student Thiëmo Heilbron een herbariumcollectie van deze dikke, hoekige banaan en stuurde die naar Finland. Bananenspecialist Markku Häkkinen identificeerde de plant als Musa x paradisiaca L. triploid ABB (1x M. acuminata, 2 x M. balbisiana), ook wel bekend als het “bluggoe type”. Dit soort bakbananen zijn eeuwen geleden in Centraal Afrika als eerste gedomesticeerd uit wilde en gekweekte zoete bananen. Sommige weglopersbananen uit Bakkie hebben zelfs nog een paar keiharde, zwarte zaden!

amriet (Small)Amried Doebar kweekt nu zelf weglopersbananen in Bakkie, Commewijne. Hij verkoopt ze aan toeristen die de Warappakreek bezoeken. Ook Surinaamse toeristen hebben vaak nog nooit van deze lowé man bana gehoord! Foto: Christiaan van der Hoeven

In 2013 vertrok een etnobotanisch onderzoeksteam, bestaande uit de Wageningse studenten Minke Reijers en Amber van der Velden, de Leidse student Tessa Vossen en mijzelf naar het binnenland van Suriname. We gingen op zoek naar “vergeten Afrikaanse groenten” op de kostgrondjes van de Marrons. In de dorpen Mooytaki (Tapanahoni) en Jawjaw (Boven Suriname) vonden we niet minder dan 19 verschillende bananencultivars! We maakten botanische collecties, documenteerden lokale Aucaanse en Saramaccaanse namen, beschreven de bladeren, bloemen en vruchten van de bananenbomen en kregen zelfs kookles. Recepten van de traditionele Marrongerechten met bakbanaan, zoals dokun en bana afufu zijn terug te vinden op ons blog http://bushblogsuriname.wordpress.com

Met behulp van de bananenspecialisten in Finland hebben we geprobeerd om wetenschappelijke namen voor de binnenlandbananen te vinden. Dat was geen sinecure!

sipi (Small)De sipi bana ‘scheepsbanaan’ is een zoet banaantje aan een klein boompje. De trossen hangen soms tot op de grond. Is dit een dwarf Cavendish?
Foto: Minke Reijers

Opmerkelijk was dat geen van de door ons geïnterviewde Marrons ooit van de weglopersbanaan had gehoord. Ze kweekten wel diverse dikke, hoekige bananen van het ‘bluggoe type’, zoals bijvoorbeeld de aponto. Dit woord lijkt op de term apantu, in 1998 door Gerda Rossel gedocumenteerd voor een zeer grote, groene bakbanaan in Ghana. De Surinaamse aponto is echter kort, driehoekig en oranjerood als hij rijp is.

oponto (Small)De aponto bana, ook wel bekend als apantakëe. De laatste naam betekent “schrikken en huilen” in de Saramaccaanse taal. De Aucaners kennen hem as patankele. We zijn er niet achtergekomen waarom de banaan zo heet. Hij is lekker stevig, heeft wit vruchtvlees en vertoont opvallende gelijkenissen met de weglopersbanaan. Foto: Minke Reijers

Dit is een klein zoet banaantje dat door de Saramaccaners toto bana wordt genoemd. Ze eten niet alleen de vrucht, maar ook de bladeren worden gebruikt. Die drogen ze en trekken er dan een thee van tegen hoge bloeddruk. De gedroogde bladeren worden ook verwerkt in compressen die op gebroken ledematen worden gelegd om deze te genezen. Ook dienen de droge toto bana bladeren als ingrediënt voor spirituele kruidenbaden.

Helaas zijn we nooit een rijpe toto bana tegengekomen. De dorpelingen in Jawjaw vertelden dat de banaan zwart werd, maar we begrepen niet of ze hiermee de donkere kleur van de stam bedoelden of dat de vrucht zelf donkerrood werd bij rijping. Ook hebben we nog geen wetenschappelijke naam aan deze banaan kunnen plakken.
Wie kent de kleur van een rijpe toto bana? Het woord toto komt uit Gabon, daar betekent het ‘banaan’.

De Surinaamse Marrons, nazaten van de ‘weglopers’ uit de 18e eeuw, kweken dus niet één, maar een heleboel exotische bananen! De wetenschappelijke identiteit van de verschillende bananencultivars mag dan nog steeds niet met zekerheid vastgesteld zijn, het is duidelijk dat deze bananen een belangrijke rol spelen in de culinaire, medicinale en spirituele cultuur van de Marrons.

toto (Small)Toto bana, onrijpe vrucht. Foto: Minke Reijers

Meer informatie over dit project:
http://bushblogsuriname.wordpress.com
http://osodresie.wikispaces.com/Home
https://science.naturalis.nl/en/people/scientists/tinde-van-andel/

Commentaren zijn gesloten.